ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7466
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en informed consent bij apexresectie met zenuwbeschadiging
De zaak betreft een deelgeschilprocedure tussen verzoekster, een psychotherapeute, en het OLVG over de vraag of het ziekenhuis aansprakelijk is voor zenuwbeschadiging na een apexresectie uitgevoerd door dr. A. Verzoekster stelt dat dr. A onzorgvuldig heeft gehandeld en haar niet heeft geïnformeerd over het risico op zenuwbeschadiging, waardoor zij schade heeft geleden.
De rechtbank beoordeelde eerst of de deelgeschilprocedure passend was en oordeelde dat deze geschikt is om het geschil over aansprakelijkheid te beslechten en zo het buitengerechtelijke onderhandelingstraject te bevorderen. Vervolgens nam de rechtbank het deskundigenrapport van dr. B als uitgangspunt, dat bevestigt dat er sprake is van zenuwbeschadiging als gevolg van de ingreep, maar dat niet kan worden vastgesteld dat dr. A onprofessioneel heeft gehandeld.
De rechtbank verwierp het beroep op het ontbreken van informed consent, omdat dr. A volgens het rapport rekening hield met het zenuwriskio en het risico als gering werd beoordeeld. Ook het verwijt dat dr. A onvoldoende informatie gaf na de behandeling werd afgewezen. Ten slotte wees de rechtbank het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af, omdat de aansprakelijkheid niet vaststond. De kosten van de procedure aan de zijde van verzoekster werden begroot op € 6.819.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vaststelling van aansprakelijkheid en vergoeding af wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig handelen en schending van de informatieplicht.