ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7553
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt dat Allshare-regeling winstdelingsregeling is onder WOR
De zaak betreft een verzoek van de ondernemingsraad van [verweerster], een communicatiedienstverlener met 650 werknemers, om te verklaren dat de Allshare-regeling een winstdelingsregeling is zoals bedoeld in artikel 27 lid 1 sub a van Pro de Wet op de Ondernemingsraden (WOR). De regeling, ingevoerd in 2002, voorziet in een jaarlijkse toekenning van aanspraken op basis van de winst van de onderneming, waarbij werknemers collectief delen in de winst ongeacht individuele prestaties.
[Verzoekster] stelt dat het besluit van [verweerster] in 2011 om geen toekenningen te doen in het kader van de Allshare-regeling een wijziging is die instemming van de ondernemingsraad vereist. [Verweerster] betwist dit en stelt dat de regeling geen winstdelingsregeling is omdat toekenningen discretionair zijn en dat het besluit geen wijziging inhoudt.
De rechtbank oordeelt dat de Allshare-regeling wel degelijk een winstdelingsregeling is, omdat het doel en de strekking zijn dat werknemers meedelen in een jaarlijks vast te stellen deel van de winst. De discretionaire bevoegdheid om wel of niet toe te kennen maakt het geen eenmalige uitkering, maar een regeling die over meerdere jaren wordt uitgevoerd. Het besluit in 2011 om geen toekenningen te doen is op zichzelf geen instemmingsplichtige wijziging, tenzij het een definitieve beëindiging betreft, wat niet is vastgesteld.
De rechtbank verklaart voor recht dat de Allshare-regeling een winstdelingsregeling is in de zin van artikel 27 lid 1 sub a WOR Pro en wijst het meer of anders verzochte af. De proceskosten worden ieder door de eigen partij gedragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de Allshare-regeling een winstdelingsregeling is en dat instemming van de ondernemingsraad vereist is bij wijziging, maar wijst het meer of anders verzochte af.