ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7816
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie wegens vertraging aansluitende vluchten volgens EU-verordening
De passagier boekte twee aansluitende vluchten van Amsterdam via Madrid naar Lima, waarbij de eerste vlucht vertraging opliep waardoor de aansluitende vlucht werd gemist. De passagier arriveerde uiteindelijk met 21 uur vertraging op de eindbestemming. Hij vorderde compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.
De vervoerder stelde dat de vertraging minder dan drie uur bedroeg per vlucht en dat sprake was van buitengewone omstandigheden door congestie rond Schiphol. De rechtbank oordeelde dat bij aansluitende vluchten gekeken moet worden naar de vertraging op de eindbestemming, waardoor de vertraging ruim boven drie uur uitkwam.
Het beroep op buitengewone omstandigheden werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De klacht van de passagier was tijdig ingediend en de verjaringstermijn was niet verstreken. De rechtbank veroordeelde de vervoerder tot betaling van €600 compensatie, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, en wees verdere vorderingen af.
Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €600 compensatie wegens meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming.