ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8841
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Odink
- A.P. van der Linden
- Q.R.M. Falger
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodweerexces bij steekincident en veroordeling voor mishandeling
Op 22 mei 2011 stak verdachte aangever [C] met een mes in de rug tijdens een conflict op het Museumplein te Amsterdam. Hoewel het slachtoffer letsel opliep, achtte de rechtbank onvoldoende bewijs voor poging tot doodslag en sprak verdachte daarvan vrij. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte poging zware mishandeling pleegde.
Op 24 september 2011 mishandelde verdachte aangever [D], werkzaam als [functie] in een discotheek, door hem in het gezicht te slaan. Dit werd wettig en overtuigend bewezen aan de hand van getuigenverklaringen en camerabeelden.
De rechtbank oordeelde dat verdachte handelde uit noodzakelijke verdediging van zijn vrienden, maar de grenzen daarvan overschreed door het gebruik van het mes. De overschrijding was het onmiddellijke gevolg van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door het geweld van aangever en diens vriend, waardoor noodweerexces van toepassing is. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging voor de steekpartij.
Voor de mishandeling legde de rechtbank een taakstraf van 30 uur op, met een proeftijd van één jaar en een vervangende jeugddetentie van 15 dagen bij niet-naleving. De rechtbank hield rekening met de positieve ontwikkeling van verdachte en eerdere gedragsverbeteringen.
De vordering van het slachtoffer [C] in zaak A werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen straf of maatregel werd opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 22 november 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van rechtsvervolging voor poging zware mishandeling wegens noodweerexces en veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur voor mishandeling.