ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0383
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Herbegroting beslag op schip en zekerheidstelling in geschil over beëindiging rompbevrachtingsovereenkomst
Clipper Projectships Ltd en UAB Transmar zijn betrokken bij een geschil over de beëindiging van een rompbevrachtingsovereenkomst voor het schip Clipper Falcon. Transmar legde beslag op het schip wegens een vordering van ruim €2,5 miljoen, die zij baseert op onder meer een niet terugbetaalde aanbetaling en schade wegens vermeende onrechtmatige beëindiging van de charter door Clipper.
De voorzieningenrechter beoordeelde in kort geding de rechtmatigheid van het beslag en de vordering. De rechter oordeelde dat Clipper gerechtigd was de charter te beëindigen vanwege het niet betalen van huurtermijnen door Transmar, conform clausule 28 van de overeenkomst. De schadevordering van Transmar van ruim €1,5 miljoen werd summierlijk ondeugdelijk bevonden.
De vordering waarvoor beslag is gelegd werd herbegroot op €750.000, waarbij rekening is gehouden met de achterstallige huurtermijnen. Voor handhaving van het beslag moet Transmar tegenzekerheid stellen van 20% van dit bedrag middels een garantie van een Nederlandse bank. Proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Beslag op schip herbegroot op €750.000 met voorwaarde dat Transmar tegenzekerheid stelt van 20% van dit bedrag bij handhaving beslag.