ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ1030
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijk verlof tot beslaglegging wegens onrechtmatig procederen
De rechtbank Amsterdam behandelde een beslagrekest waarbij eiser een vordering baseerde op onrechtmatig procederen door gedaagde. De rechtbank oordeelde dat onrechtmatig procederen alleen kan worden aangenomen als de vordering evident ongegrond is en eiser dit kende of behoorde te kennen. In deze zaak was dat niet zonder meer het geval, mede gelet op een eerder arrest waarin bepaalde feiten waren bewezen, maar dat niet automatisch in andere procedures geldt.
De voorzieningenrechter begrootte de vordering op €169.000, bestaande uit kosten rechtsbijstand en inkomensderving, en verleende voorwaardelijk verlof tot beslaglegging op onroerende zaken. Hierbij werd bepaald dat eiser zekerheid moet stellen tot €8.500 voor mogelijke schade veroorzaakt door het beslag, in de vorm van een bankgarantie of storting bij notaris of advocaat.
De rechtbank wees beslag op roerende zaken af als disproportioneel. Tevens werd geen beslagverlof verleend voor immateriële schade vanwege onzekerheid over omvang en causaal verband. De zekerheid blijft gehandhaafd tot de vordering definitief is beslist of gedaagde schriftelijk verklaart geen schade te hebben geleden. De beslissing weerspiegelt een zorgvuldige belangenafweging tussen het recht op beslag en bescherming tegen onrechtmatige schade.
Uitkomst: Voorwaardelijk verlof tot beslaglegging op onroerende zaken tot €169.000 met verplichting tot zekerheidstelling voor mogelijke schade.