Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Procesverloop
Overwegingen
’s-Gravenhage van 5 september 2011 inzake de ondertoezichtstelling is immers vermeld dat het kind de weekends bij eiser doorbrengt. In het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 2 december 2011 is daarnaast vermeld dat het kind van vrijdagochtend tot maandagmiddag bij eiser verblijft. In dit rapport is verder gewezen op een proces-verbaal van 17 februari 2011, waaruit blijkt dat er een omgangsregeling is van vrijdagochtend tot maandagochtend. De rechtbank is van oordeel dat onder die omstandigheden het onverkort vasthouden aan het beleid in dit bijzondere geval niet redelijk is en een onevenredig nadeel voor eiser oplevert. Daarbij weegt de rechtbank mee dat de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft toegelicht dat de gedachte achter de beleidsregel is dat duidelijk moet zijn dat inderdaad sprake is van co-ouderschap. In de onderhavige zaak blijkt uit twee objectieve bronnen, de beschikking van 5 september 2011 en het rapport van 2 december 2011, dat van dit co-ouderschap sinds (in elk geval) 17 februari 2011 sprake is. Verweerder diende gelet op het voorgaande in de gegeven situatie van de beleidsregel af te wijken. De beroepsgrond van eiser slaagt dan ook.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 42, - vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 944, - te betalen aan eiser.
mr. S.J. van Schagen, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2013.