Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
Procesverloop
Overwegingen
- aan het gedrag van eiser, dat hij in 2007 en 2008 vertoonde, ligt geen psychiatrische ziekte of gebrek ten grondslag, zoals nu in 2011 door middel van psychiatrisch onderzoek is vastgesteld;
- het is niet aannemelijk dat iemand die psychotisch is en thuis woont met vrouw en drie kinderen, geen hulp zoekt bij de huisarts;
- het is niet aannemelijk dat er gedurende de jaren dat eiser psychotisch was nooit sprake is geweest van een opname;
- in 2008 geeft psychiater Lange weliswaar aan dat er zeer waarschijnlijk sprake is van een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld, gepaard gaande met psychose, tegelijkertijd stelt de psychiater zich te onthouden van definitieve diagnostiek, omdat de gegevens alleen op heteroanamnese zijn gebaseerd. Gezien dit laatste, in combinatie met het gegeven dat de conclusie mede gebaseerd is geweest op informatie van psychiater[naam 3] uit 2007 en een telefonisch overleg tussen psychiater De Lange en psychiater[naam 3] in 2008, waarvan inmiddels is gebleken dat deze mogelijk ondeugdelijk is geweest, is het aannemelijk dat er geen sprake is geweest van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld;
- het beeld dat eiser tijdens de spreekuurcontacten ten toon heeft gespreid, past niet bij dat van een depressieve stoornis;
- het is niet aannemelijk dat psychotische symptomen, die jarenlang aanwezig zouden zijn geweest, nu plots verdwenen zijn;
- uit het expertiseverslag van psychiater Hassing van 26 september 2011 blijkt dat deze aangeeft dat het niet mogelijk is om uitspraken te doen over mogelijke eerdere psychische problematiek en/of eerdere gedragingen van eiser, omdat eiser niet eerder door psychiater Hassing is gezien.
Beslissing
.