Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de burgemeester van de gemeente Amsterdam,
Procesverloop
Ingevolge het derde lid, onder d en e, houdt de burgemeester bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond rekening met de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende.
Tot slot heeft eiser aangevoerd dat het aanhouden van een stash die niet tot de handelsvoorraad van zijn coffeeshop behoort, in zijn geval niet van slecht levensgedrag getuigt. De stash werd alleen gebruikt ter bevoorrading van de coffeeshop en de aangetroffen hoeveelheid was niet groot, namelijk toereikend voor hooguit twaalf dagen verkoop. Eiser betwist verder misbruik te hebben gemaakt van zijn werknemer [naam werknemer1]. Deze heeft zelf aangeboden de voorraad in zijn woning te bewaren. Hij is als een familielid voor eiser en komt wekelijks bij hem thuis. De gevolgen van verweerders besluit zijn voor eiser dramatisch geweest. Vanwege sluiting van zijn coffeeshop is eiser failliet verklaard omdat zijn personeel doorbetaling van loon heeft gevorderd en de arbeidsovereenkomsten niet direct konden worden ontbonden. Eiser zit in financiële nood en heeft geen zicht op werk.
4.3.2 Gelet op de tekst van de artikelen 3.11 en 3.24 van de APV, komt verweerder beleids- en beoordelingsvrijheid toe. Dit leidt ertoe dat de bestuursrechter de intrekking van de exploitatievergunning terughoudend dient te toetsen.