In deze zaak vordert eiser dat gedaagde wordt verboden de handelsnaam ’t Kwassie te gebruiken, omdat eiser stelt dat de naam niet aan gedaagde is overgedragen bij de overdracht van een deel van zijn onderneming in 2007. Gedaagde voert verweer dat de handelsnaam wel degelijk onderdeel was van de overdracht, ondersteund door een overnamesom van € 30.000,= en diverse bedrijfsgegevens.
De voorzieningenrechter constateert dat de overdracht mondeling is overeengekomen en dat partijen niet expliciet over de handelsnaam hebben gesproken. Er is onvoldoende zekerheid over de overdracht van de handelsnaam, waardoor nader feitenonderzoek nodig is. Wel is aannemelijk dat de overdracht een ‘package deal’ betrof, inclusief de handelsnaam, gezien de omvang van de overnamesom en het feit dat gedaagde de naam sinds 2011 voert en heeft geregistreerd.
Voorts is twijfel over het recht van eiser op de handelsnaam ’t Kwassie, aangezien hij sinds 2007 de naam heeft gewijzigd in ‘AO-Inlijsterij, voorheen ’t Kwassie’ en het gebruik van deze toevoeging niet automatisch handelsnaamgebruik betekent. Ook is onduidelijk of er sprake is van verwarringsgevaar, omdat de ondernemingen zich op deels verschillende markten richten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet aannemelijk is dat gedaagde onrechtmatig handelt en wijst de vorderingen af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.