ECLI:NL:RBAMS:2013:4395

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2013
Publicatiedatum
17 juli 2013
Zaaknummer
C/13/510820 / HA ZA 12-203
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
  • M.M. Korsten - Krijnen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 RvArt. 8 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing arbeidsgeschil naar kamer voor kantonzaken wegens samenhang vorderingen

In deze civiele procedure tussen Stork Prints B.V. en twee gedaagden is sprake van een geschil betreffende een arbeidsovereenkomst in reconventie, waarvoor verwijzing naar een kamer voor kantonzaken noodzakelijk is.

Partijen hebben gesteld dat de samenhang tussen de vordering in conventie en die in reconventie zich verzet tegen een afzonderlijke behandeling. Zij hebben gezamenlijk verzocht om de zaken samen te behandelen en te beslissen door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken.

De rechtbank oordeelt dat het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen ruimte biedt voor een dergelijke forumkeuze door partijen en dat de zaak in reconventie dwingend moet worden verwezen naar de kantonrechter. Gezien de gezamenlijke instemming en proceseconomische overwegingen wordt aan dit verzoek voldaan.

De rechtbank wijst partijen erop dat zij in de vervolgprocedure niet verplicht zijn zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen en dat het betaalde griffierecht zal worden verlaagd en teruggestort. De kosten van dit incident worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Het vonnis is gewezen door rechter M.M. Korsten - Krijnen en op 19 juni 2013 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank verwijst het arbeidsgeschil met samenhangende vorderingen naar de kamer voor kantonzaken en compenseert de kosten van het incident.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/510820 / HA ZA 12-203
Vonnis van 19 juni 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STORK PRINTS B.V.,
gevestigd te Boxmeer,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. M.J. de Best te Utrecht,
tegen

1.[[A]]

2.
[[B]],
beiden wonende te [woonplaats],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. drs. V.N. van Waterschoot te Arnhem.
Eiseres in conventie zal hierna Stork genoemd worden en gedaagde sub 1 [[A]]. Gedaagden sub 1 en sub 2 tezamen zullen aangeduid worden als [[A]] c.s.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 27 maart 2013 (hierna: het tussenvonnis);
  • de akte houdende uitlating over bevoegdheid na tussenvonnis d.d. 27 maart 2013 van Stork;
  • de akte houdende uitlating over bevoegdheid na tussenvonnis d.d. 27 maart 2013 van [[A]] c.s.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis is overwogen dat de zaak in reconventie een geschil betreffende een arbeidsovereenkomst is, ten aanzien waarvan verwijzing nodig is naar een kamer voor kantonzaken.
2.2.
In hun aktes na tussenvonnis hebben partijen, over en weer, het standpunt betrokken dat sprake is van een forumkeuze, die inhoudt dat beide partijen ervoor hebben gekozen dat de zaken in conventie en in reconventie samen worden behandeld en beslist door een kamer voor andere zaken dan kantonzaken. Hieromtrent wordt als volgt geoordeeld.
2.3.
Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) biedt geen basis voor een forumkeuze in de door partijen bedoelde zin. De zaak in reconventie moet worden verwezen. Dit staat niet ter vrije bepaling van partijen. Hoewel aan Stork kan worden toegegeven dat het ongelukkig is dat deze verwijzing pas in dit stadium plaatsvindt, terwijl daarover bij uitstek tijdens de comparitie van partijen een beslissing had kunnen worden genomen, kan het oordeel op grond van de wet niet anders luiden. Artikel 71 Rv Pro houdt namelijk geen discretionaire bevoegdheid in, maar schrijft dwingend voor dat de zaak wordt verwezen indien een zaak verder moet worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Nu beide partijen van mening zijn dat uit proceseconomische overwegingen de zaken in conventie en in reconventie door dezelfde rechter dienen te worden behandeld en beslist, waarin besloten ligt dat volgens hen de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet, en zij eenstemmig (subsidiair) om verwijzing van de zaken naar de kantonrechter vragen, zal de rechter partijen daarin volgen. De rechter ziet geen aanleiding [[A]] c.s. te veroordelen in de kosten van dit incident. Nu geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, worden de kosten gecompenseerd.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken, op
3 juli 2013om 10.00 uur,
3.2.
wijst partijen erop dat de kantonrechter op deze rolzitting zal beslissen op welke wijze de procedure zal worden voortgezet, waarna de griffier partijen over deze beslissing zal informeren;
3.3.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.4.
wijst partijen erop dat het in de procedure geheven griffierecht ingevolge artikel 8 lid 4 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
3.5.
compenseert de kosten van dit incident, aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Korsten - Krijnen en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2013.