Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Regional Court in Gdańsken strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
enforceable decision to impose detention pending trial: decision of the District Court Gdańsk-North in Gdańsk of 23 April 2012, file number II K 241/09.
4.Strafbaarheid
Heropening van het onderzoek: de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid juncto vijfde lid. OLW
PbEG2002, L 190, blz. 1; hierna Kaderbesluit EAB). Indien tegen een onderdaan of ingezetene van de uitvoerende lidstaat een EAB is uitgevaardigd ten behoeve van strafvervolging, mag de overlevering op grond van artikel 5, punt 3, Kaderbesluit EAB afhankelijk worden gesteld van de garantie “dat de persoon, na te zijn berecht, wordt teruggezonden naar de uitvoerende lidstaat om daar de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel te ondergaan die hem eventueel wordt opgelegd in de uitvaardigende lidstaat”. Deze bepaling strekt er met name toe “de uitvoerende rechterlijke autoriteit in staat te stellen een bijzonder gewicht te hechten aan de mogelijkheid de kansen op sociale re-integratie van de gezochte persoon na het einde van de straf waartoe deze is veroordeeld, te verhogen” (HvJ EU 21 oktober 2010, zaak C-306/09 (I.B.), r.o. 52; HvJ EU 28 juni 2012, zaak C-192/12 PPU (West), r.o. 70).
LJNBK5504).
LJNBK9119).
andere materiële eisenvoor de verkrijging van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd voldoet. Deze eisen zijn neergelegd in de artikelen 8.11 en 8.12 Vreemdelingenbesluit 2000 (zie Rb. Amsterdam 21 februari 2012,
LJNBV7120; Rb. Amsterdam 31 mei 2013, parketnummer 13.737.218-13).
allemateriële eisen om voor een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in aanmerking te komen.
NJ2009, 591 (Wolzenburg), r.o. 61-62; HvJ EU 5 september 2012, zaak C-42/11 (Lopes Da Silva Jorge), r.o. 33-34). De rechtsmachtvoorwaarde levert zo een beperking op en is daarom als zodanig niet in strijd met artikel 5, punt 3, Kaderbesluit EAB. Dit laat evenwel onverlet dat de lidstaten bij de implementatie van deze bepaling artikel 18 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moeten naleven (HvJ EU 5 september 2012, zaak C-42/11 (Lopes Da Silva Jorge), r.o. 39).
NJ2009, 591 (Wolzenburg), r.o. 46).
NJ2009, 591 (Wolzenburg), r.o. 47).
LJNBJ1773).
LJNBJ1773).
LJNBJ1773). De rechtbank ziet thans echter aanleiding voor een nuancering voor dat oordeel. Daarvoor zijn de volgende overwegingen redengevend.
NJ2009, 591 (Wolzenburg), r.o. 67-68; HvJ EU 5 september 2012, zaak C-42/11 (Lopes Da Silva Jorge), r.o. 40). De officier van justitie heeft op dit punt niets aangevoerd. Niet gesteld kan worden dat de rechtsmachtvoorwaarde een bijdrage levert aan het beoogde doel van artikel 5, punt 3, Kaderbesluit EAB, zijnde het verhogen van de kansen op sociale re-integratie van de betrokken vreemdeling. Het stellen van deze voorwaarde leidt er namelijk toe dat vreemdelingen die, gelet op hun band met Nederland, in aanmerking zouden kunnen komen voor sociale re-integratie in de Nederlandse maatschappij moeten worden overgeleverd zonder de garantie dat zij de aan hen eventueel opgelegde vrijheidsstraf in Nederland zullen mogen ondergaan.
NJ2009, 591 (Wolzenburg), r.o. 69).
zonder meerevenredig aan de nagestreefde doelstelling. In een dergelijk geval bestaat de mogelijkheid dat de rechtsmachtvoorwaarde verder gaat dan noodzakelijk is om de doelstelling van het vermijden van straffeloosheid te bereiken, omdat niet vaststaat dat de opgeëiste persoon zonder het hanteren van de rechtsmachtvoorwaarde straffeloos zal blijven. Straffeloosheid blijft immers uit als een terugkeergarantie wordt verstrekt.
6.Beslissing
voor onbepaalde tijd,
doch maximaal twee maanden, teneinde: