ECLI:NL:RBAMS:2013:4890
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verbod commerciële gevel- en steigerdoekreclame tijdens inhuldigingsdag
De burgemeester van Amsterdam heeft op 12 april 2013 een Aanwijzingsbesluit genomen op grond van artikel 2.3 van de APV, waarin het [gebied1] en het [gebied2] zijn aangewezen als gebieden waar van 29 tot en met 30 april 2013 geen commerciële gevel- en steigerdoekreclame aanwezig mag zijn. Dit besluit is genomen ter voorbereiding op de inhuldigingsdag van de nieuwe koning, een evenement van groot nationaal belang, met als doel een eenduidige stadsdecoratie te presenteren en sluikreclame te voorkomen.
Verzoekster, een bedrijf dat steigerdoekreclame plaatst, heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om het verbod op commerciële reclame op twee locaties in deze gebieden te schorsen. Verzoekster baseert haar verzoek op een eerder gesloten privaatrechtelijke overeenkomst en stelt dat het Aanwijzingsbesluit niet rechtmatig is omdat de steigerdoeken geen “zaken” zijn in de zin van artikel 2.3 APV en het besluit in strijd is met het vertrouwensbeginsel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het Aanwijzingsbesluit berust op een ruime discretionaire bevoegdheid van de burgemeester ingevolge artikel 174 Gemeentewet Pro en artikel 2.3 APV, gericht op het waarborgen van orde en veiligheid tijdens openbare samenkomsten. De steigerdoeken worden wel als zaken aangemerkt en het verbod op commerciële uitingen valt binnen de bevoegdheid van de burgemeester. Het vertrouwensbeginsel kan niet verhinderen dat de burgemeester zijn bevoegdheid uitoefent, ook niet vanwege eerdere afspraken met één belanghebbende.
Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het verbod op commerciële gevel- en steigerdoekreclame wordt afgewezen.