Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht – team kanton
245
1.de vennootschap onder firma [bedrijf]
2.[eisers in conventie/verweerders in reconventie], vennoot van eiseres sub 1,
3.[eisers in conventie/verweerders in reconventie], vennoot van eiseres sub 1,
omzetvan de activiteiten van [eisers in conventie/verweerders in reconventie] en niet de
verloonde bedragen,toegerekend aan de diverse activiteiten, zoals artikel A.3 van (de bijlage bij) het besluit vereist. Voor zover medewerkers op diverse (bouw-/niet bouw-) activiteiten worden ingezet, zal aan de hand van de door deze medewerkers bestede arbeidsuren toerekening moeten plaats vinden en niet aan de hand van de met de verschillende activiteiten behaalde omzet (vgl ook Hoge Raad 24 februari 2012, LJN NU9889).
bedrijfsactiviteitenvan [eisers in conventie/verweerders in reconventie] onder de werkingsfeer van het Verplichtstellingsbesluit Bouwnijverheid vallen. Is dit het geval dan moet aan de hand van de daaraan bestede arbeidsuren, vertaald in verloonde bedragen
,worden beoordeeld of [eisers in conventie/verweerders in reconventie] verplicht is deel te nemen in Bpf Bouw.
de agrarische sectoren is voor de Verplichtstellingsbesluit Bouwnijverheid de kern dat de werkgever werkzaamheden uitvoert in
de bouwsector. Een andere uitleg zou er toe leiden dat er veelvuldig overlap zou bestaan tussen verschillende bedrijfstakken of sectoren, met alle problemen van dien. Voor zover Bpf Bouw anders betoogt, wordt zij daarin dus niet gevolgd.
n conventie
- aan explootkosten € 76,17
- aan salaris gemachtigde
€ 600,00derhalve totaal € 785,17,