De vergunninghouder vroeg een verbouwingsvergunning aan voor het plaatsen van ramen, een sedumdak en het vervangen van het roer van een woonboot gelegen aan een adres te Amsterdam. Verweerder verleende de vergunning, maar eiser maakte bezwaar en stelde dat de woonboot als bouwwerk moet worden aangemerkt en dat een omgevingsvergunning vereist is.
De rechtbank stelt vast dat de woonboot sinds 1954 op dezelfde locatie ligt, niet zelfstandig kan varen, met stalen constructies en kabels aan de kade is bevestigd en bedoeld is om permanent als woning te functioneren. Dit maakt de woonboot een plaatsgebonden constructie en daarmee een bouwwerk in de zin van de Woningwet en Wabo.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de verbouwingsvergunning op grond van de VOB had moeten weigeren omdat een omgevingsvergunning vereist is. Het bestreden besluit wordt vernietigd, het primaire besluit herroepen en de aanvraag afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.