Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
hierna: verdachte)in november 2007. Op 20 december 2007 heeft verdachte een woonhuis aan de [adres 1] te [plaats] gekocht voor € 250.000 waarvan € 168.000 is gefinancierd door middel van een hypothecaire lening bij SNS bank en het restant middels twee tranches contant op de rekening van de notaris zijn gestort.
(tevens medeverdachte, hierna: [A]).Deze inkomensverklaring blijkt vals te zijn, nu verdachte in 2006 of 2007 geen jaarinkomen genoot van € 40.000.
(tevens medeverdachte, hierna: [B]), aangetroffen, alsmede de dochter van [B]. Tijdens de doorzoeking wordt tevens een agenda
(hierna: agenda 2008)aangetroffen waarin aantekeningen met betrekking tot verdachte, een hypotheek en [A] staan geschreven. [B] heeft verklaard dat die agenda van hem is.
“hoe gedaan v. [verdachte] als start ondernemer v. hypo”sluit daarbij aan bij de door de rechtbank als ongeloofwaardig ter zijde geschoven verklaring van [A], te weten dat [A] een inkomen heeft opgegeven op basis van prognoses en jaarcijfers. Verdachte was op dat moment geen startende ondernemer en beschikte dus helemaal niet over stukken waar [A] op doelt. Daarnaast wist [B] ook dat verdachte op dat moment geen werk had en dus ook geen inkomen genoot.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
5 (vijf) maanden.
180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.
2.Hoofdaanvrager
3.Inkomensgegevens hoofdaanvrager
7.Onderpand
9.Hypotheekbedrag
19.Verklaring en ondertekening
2. Een geschrift, zijnde een kopie inkomensverklaring hypotheek van de SNS bank van 23 oktober 2007, bijlage document D-019.
3. Een geschrift, zijnde een kopie offerte Hypothecaire geldlening van [vennootschap 1] van 15 oktober 2007, bijlage document D-018, doorgenummerde pagina 1.
4. Een proces-verbaal van bevindingen met dossiernummer 47597 en codenummer AH-008 van 5 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar van de Belastingsdienst/FIOD [C], bijlage AH-008 doorgenummerde pag. 2 en 3.
(de rechtbank begrijpt [verdachte]). In dit systeem is te lezen dat er over de jaren 2006 tot en met 2009 geen loongegevens bekend zijn van bovengenoemde verdachte.
5. Een proces-verbaal van verhoor getuige met dossiernummer 47597, bijlage G04-01 van , in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [C] en [D], bijlage G04-01 doorgenummerde pag. 1 en 3.
6. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met dossiernummer 47597, bijlage V01-02 van 12 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [F] en [G], bijlage V01-02 doorgenummerde pag. 1 en 2.
7. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met dossiernummer 47597, bijlage V01-03 van 13 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [F] en [G], bijlage V01-03 doorgenummerde pag. 2.
8. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met dossiernummer 47597, bijlage V01-04 van 14 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [F] en [G], bijlage V01-04 doorgenummerde pag. 3.
(de rechtbank begrijpt: [A])terechtgekomen. Mijn broertje heeft alle afspraken met [A] gemaakt. Ik ben alleen met [A] mee geweest om te tekenen, dat was op verzoek van [A]. Als u mij vraagt wie het huis aan de [adres 1]
(de rechtbank begrijpt: [adres 1])heeft ingericht dan zeg ik u mijn broertje. Als u mij vraagt of de dochter van [B] een eigen kamertje heeft op de [adres 1] dan zeg ik u dat het klopt. Het kleinste kamertje is van de dochter van [B]. Het idee van het kopen van het huis is van [B]. [B] betaalt ook de hypotheek. Ik heb het huis pas voor het eerst van binnen gezien toen het huis al gekocht was. [A] en [B] hebben dit met het huis geregeld.