Uitspraak
het Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland,
Rechtbank Amsterdam
Het Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming te verlenen voor het afgeven van een reisdocument aan een minderjarige die onder toezicht is gesteld. De minderjarige is uit huis geplaatst en verblijft bij een pleeggezin. Het paspoort van de minderjarige was verlopen, maar de vader, die het gezag mede uitoefent, is stateloos en beschikt niet over een geldig identiteitsbewijs, waardoor hij geen geldige toestemming kan geven.
De kinderrechter overwoog dat de Paspoortwet niet voorziet in situaties waarin een gezaghebbende ouder buiten zijn wil om geen geldige toestemming kan geven. Gelet op artikel 3, eerste lid, van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) leest de kinderrechter de Paspoortwet zodanig dat hij een verklaring van vervangende toestemming kan afgeven in het belang van het kind.
De kinderrechter besloot daarom het verzoek toe te wijzen en verleende de verklaring van vervangende toestemming voor het afgeven van het paspoort. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 24 april 2013.
Uitkomst: De kinderrechter verleent vervangende toestemming voor het afgeven van een paspoort aan de onder toezicht gestelde minderjarige.