ECLI:NL:RBAMS:2013:5991

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2013
Publicatiedatum
18 september 2013
Zaaknummer
C/13/545924 / HA RK 13-227
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 WTBZArt. 37 WTBZArt. 69 RvArt. 261 lid 1 RvTitel 3 Boek 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzetprocedure tegen beschikking voorzieningenrechter vereist dagvaarding en advocaat

De rechtbank Amsterdam behandelde een zaak waarin verzoekers verzet wilden instellen tegen een beschikking van de voorzieningenrechter die een declaratie had goedgekeurd en een betalingsverplichting had opgelegd. Verzoekers hadden dit verzet bij verzoekschrift ingediend en tevens uitstel gevraagd voor de verzetsprocedure.

De rechtbank wees erop dat verzet ex artikel 40 WTBZ Pro alleen via een dagvaardingsprocedure kan worden ingesteld, waarbij een advocaat moet worden gesteld. Verzoekers verwezen naar jurisprudentie van het gerechtshof Leeuwarden die stelde dat procesvertegenwoordiging niet vereist zou zijn, maar de rechtbank volgde dit niet.

De rechtbank motiveerde dat het verzet tegen artikel 40 WTBZ Pro geen administratieve procedure betreft, maar een procedure tussen advocaat en cliënt, waarvoor de dagvaardingsprocedure geldt. Verzoekers hadden het verzet ten onrechte bij verzoekschrift ingesteld.

Daarom beveelt de rechtbank verzoekers het processtuk te verbeteren en/of aan te vullen en verwijst de zaak naar de handelsrol voor dagvaardingsprocedures met de verplichting een advocaat te stellen en de wederpartij op te roepen. De procedure wordt voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure.

Uitkomst: Verzoek tot verzet bij verzoekschrift wordt afgewezen; verzet moet via dagvaardingsprocedure met advocaat worden ingesteld.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/545924 / HA RK 13-227
Beschikking van 19 september 2013
in de zaak van

1.[verzoekers],

en
2. [verzoekers],
beiden wonende te [woonplaats],
verzoekers,
tegen
[belanghebbende]
kantoorhoudende te [plaats]
belanghebbende
Partijen zullen hierna ook [verzoekers] en [verzoekers] respectievelijk [belanghebbende] worden genoemd.

1.Procedure

1.1.
Bij beschikking van 17 mei 2013 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank:
de declaratie van [belanghebbende] van 12 april 2012 goedgekeurd tot een bedrag van € 9.766,92 inclusief btw en kantoorkosten;
bepaald dat [verzoekers] en [verzoekers] een bedrag van € 7.981,92 aan [belanghebbende] dienen te voldoen;
verstaan dat zijn beschikking moet worden beschouwd als een bevelschrift als bedoeld in artikel 37 van Pro de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ)
en
4. de termijn voor het instellen van verzet tegen zijn beschikking bepaald op vier weken na de datum van zijn beschikking.
1.2.
Bij (fax)brief, ingekomen bij de rechtbank op 27 mei 2013, heeft [verzoekers] mede namens [verzoekers] verzocht om een uitstel van 16 weken voor “de verzets- en incassoprocedure”.
1.3.
Bij faxbrief van 14 juni 2013 heeft de griffier van de rechtbank, namens de rolrechter, aan [verzoekers] voor zover thans van belang, als volgt geschreven:
[..]
Verzet tegen de beslissing van de voorzieningenrechter is een dagvaardingsprocedure bij team handelszaken van de rechtbank. Middels de door u ingezonden fax kunt u niet in verzet gaan. Ook is het niet mogelijk uitstel te vragen van een wettelijke verzettermijn. u kunt alleen in verzet komen via een advocaat die daartoe een dagvaarding beteken[t] aan uw wederpartij en die wederpartij in de dagvaarding oproept om op een bepaalde rolzitting te verschijnen om in verzet voort te procederen.
[..]
1.4.
Na telefonisch contact met de griffie heeft [verzoekers] op 14 juni 2013 voor zover van belang aan de rechtbank geschreven:
[..]
LJN:BX9001 geeft aan dat de tussenkomst van een procesadvocaat in geval van verzet als bedoeld in art. 40 lid 1 Wtbz Pro niet is vereist, omdat titel 3 van boek 1 Rv toepassing mist. [..]

2.Beoordeling

2.1.
De rechtbank beschouwt de (fax)brief van verzoekster van 27 mei 2013 als een verzoekschrift strekkende tot verzet tegen de beschikking van de voorzieningenrechter, op nader aan te voeren gronden, tevens houdende een verzoek tot het stellen van een termijn tot het aanvullen van de gronden.
2.2.
[verzoekers] is er door de griffier op gewezen dat het verzet als bedoeld in artikel 40 lid 1 WTBZ Pro dient te geschieden bij dagvaarding waarbij de wederpartij dient te worden opgeroepen voor de rechtbank en dat daarbij procesvertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven.
heeft gewezen op een uitspraak van de het gerechtshof Leeuwarden van 9 februari 2010, (kennelijk bij vergissing noemt [verzoekers] LJN BX 9100, in plaats van LJN: BL 4424) waarin het hof heeft geoordeeld dat de rechtbank Leeuwarden ten onrechte artikel 69 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) had toegepast.
Het hof overwoog in haar uitspraak, voor zover thans van belang :
[..]
5. De verzetprocedures als bedoeld in de artikelen 22 lid 4, 25 lid 5, en 40 lid 1 WTBZ zijn naar hun aard administratieve procedures die niet eenvoudig genoeg gehouden kunnen worden (zie o.a. A-G Ten Kate in zijn conclusie voor HR 20 maart 1990, NJ  1990, 515  en A-G Wesseling-van Gent in haar conclusie voor HR 30 november 2001, NJ  2002, 36 ). Onder het tot 1 januari 2002 geldende burgerlijk procesrecht was op deze zaken de destijds geldende algemene regeling van de verzoekschriftprocedures in eerste aanleg dan ook niet van toepassing verklaard.
Een en ander brengt mee dat moet worden geoordeeld dat uit de systematiek van de WTBZ voortvloeit dat de in lid 1 van artikel 261 Rv Pro bedoelde uitzondering van toepassing is, zodat Titel 3 van Boek 1 Rv toepassing mist (zie ook, zij het impliciet, HR 23 mei 2003, LJN  AF6224)
[..]
2.3.
De rechtbank volgt het gerechtshof Leeuwarden niet. De conclusies van de AG waaraan het hof in haar uitspraak refereert zijn genomen in zaken die niet een verzet als bedoeld in artikel 40 WTBZ Pro betroffen, maar het verzet als bedoeld in het toenmalige artikel 25 WTBZ Pro. Dat verzet betreft inderdaad een administratieve handeling, namelijk het verzet tegen de bepaling van de hoogte van het verschuldigde griffierecht door de griffier.
Artikel 40 WTBZ Pro betreft niet de vaststelling van verplichtingen tussen het gerecht en de justitiabele, maar tussen de advocaat en zijn cliënt. Het is dan ook geen administratieve procedure.
Met uitzondering van het geciteerde arrest van het gerechtshof Leeuwarden is er geen gepubliceerde jurisprudentie waarin tot uitgangspunt is genomen dat het verzet van artikel 40 WTBZ Pro bij verzoekschrift kan worden gedaan.
Uitgangspunt van de wetgever is steeds dat alleen in gevallen bij de wet bepaald een procedure bij verzoekschrift kan worden ingeleid.
Ook historisch is in de tekst in artikel 40 WTBZ Pro een aanwijzing te vinden dat de wetgever daar het oog heeft gehad op een dagvaardingsprocedure. Artikel 40 lid 2 WTBZ Pro bepaalt immers dat het verzet wordt behandeld “als eene summiere zaak”. Hoewel de summiere behandeling als zodanig sedert 1897 als procedurevorm is verdwenen (zie de noot van WHH onder, HR 20-02-1988, NJ 1989, 28), had deze procedurevorm betrekking op de dagvaardingsprocedure en niet op de verzoekschriftprocedure.
2.4.
De rechtbank is daarom van oordeel dat verzoekers ten onrechte het verzet bij verzoekschrift hebben ingesteld. Op de voet van artikel 69 lid 2 Rv Pro zal de rechtbank bevelen dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Daartoe zal de zaak worden verwezen naar de rol voor dagvaardingsprocedures van woensdag 23 oktober 2013, met bevel aan verzoekers om, onder het stellen van een advocaat, verweerder bij exploot ten minste 10 dagen voordien voor die zitting op te roepen.

3.Beslissing

De rechtbank
3.1.
beveelt verzoekers het als verzoekschrift ingediende inleidende processtuk te verbeteren en/of aan te vullen als bedoeld in artikel 69 lid 1 Rv Pro,
3.2.
beveelt dat de procedure in de stand waarin zij zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure,
3.3.
verwijst de zaak naar de handelsrol van deze rechtbank van
woensdag 23 oktober 2013om
10:00 uur,
3.4.
beveelt verzoekers om, onder het stellen van een advocaat, verweerder bij exploot voor die zitting bij deze rechtbank op te roepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.H. Marcus en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2013. [1]

Voetnoten

1.type: