Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
AFDELING PRIVAATRECHT TEAM KANTON
245
1.de vennootschap onder firma ING PERSONEEL V.O.F.gevestigd te Amsterdam
3.de naamloze vennootschap ING VERZEKERINGEN N.V.
gemachtigde: mr. M. Heima (bedrijfsjurist)
- de dagvaarding van 19 november 2012 inhoudende de vordering van [eiser] met bewijsstukken
- de conclusie van antwoord van ING met bewijsstukken
- de akte na comparitie van ING met bewijsstukken
- de akte waarin [eiser] reageert op de akte en de laatste bewijsstukken.
€ 8.544,09 bruto, inclusief emolumenten.
Op verzoek van de deelnemer kan deze eerder dan wel later dan de pensioenrichtleeftijd met pensioen gaan. De deelnemer heeft hierbij de volgende keuzemogelijkheden:a. eerder met pensioen gaan, echter niet eerder dan op de eerste dag van de maand, waarin de deelnemer 60 jaar wordt;b. later met pensioen gaan, echter niet later van de eerste dag van de maand, waarin de deelnemer 65 jaar wordt.De onder b aangegeven keuzemogelijkheid is slechts toegestaan, indien en voor zover het dan geldende dienstverband van de deelnemer gedurende de uitstelperiode wordt gecontinueerd.
Iedere medewerker die boventallig is verklaard kan, nadat …. kiezen voor vertrek met gebruikmaking van een beëindigingsvergoeding. De beëindigingsvergoeding wordt berekend conform de kantonrechtersformule waarbij de factor C=1.en
De beëindigingsvergoeding zal nooit meer bedragen dan het inkomensverlies vanaf het moment van uitdienstteding tot aan de pensioenrichtleeftijd dan wel tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst met ING van rechtswege zou eindigen.Tussen partijen is dit mechanisme bekend als ‘aftopping’.
Een medewerker is 63 jaar en wordt boventallig verklaard. Deze medewerker had een pensioenrichtleeftijd van 62, maar is in overleg met het management door blijven werken. Hoe wordt in deze situatie de beëindigingsvergoeding ‘afgetopt’?Wanneer een medewerker met een pensioenrichtleeftijd van 62 jaar door is blijven werken en na boven-talligheid op 63 jarige leeftijd vertrekt, dan wordt ‘afgetopt’ op het inkomensverlies tot 65 jaar zonder rekening te houden met pre-pensioen.Stel dat betreffende medewerker over 24 maanden met pensioen zou gaan (op 65 jarige leeftijd) dat wordt de beëindigingsvergoeding ‘afgetopt’ op 24 maanden.Op enig moment kort nadien is Q&A versie 5 van kracht geworden, welke op dezelfde vraag hetzelfde antwoord gaf.
In de geest van het Sociaal Plan en uitgaande van de vooronderstelling dat de betreffende medewerkers een pensioeninkomen hebben van 80% van hun laatstverdiende salaris, vanwege de CAO aanvulling, wil ING het inkomensverlies van 25% vergoeden gedurende de maanden tot aan 65 jaar. Deze compensatie komt aldus in de plaats van de “afgetopte” beëindigingsvergoeding.Het memo bevat een aantal voorbeelden en besluit met de vraag het standpunt van de vakorganisaties te mogen vernemen.
Wanneer een medewerker met een pensioenrichtleeftijd van 62 jaar door is blijven werken en na boventalligheid op 63 jarige leeftijd vertrekt, dan geeft artikel 20 lid 1 sub B uit Pro het Pensioenreglement aan, dat de medewerker die geboren is voor 1950 het pensioennietmeer verder kan uitstellen tot 65 jaar. Pensioen start dus direct na het uit dienst tredenbij ING. Op basis van CAO ontvangen medewerkers geboren voor 1950 in de periode tussen 62 jaar en 65 jaar een aanvulling op pensioen tot 80% (artikel 14.5.2 CAO). Aanvullend wordt op basis van Sociaal Plan het inkomensverschil van 20% vergoed gedurende de periode tot 65 jaar. Dit wordt bij vertrek uitgekeerd als eenmalig bedrag dat gezien moet worden als de beëindigingsvergoeding. De medewerker heeft daarmee een vergoeding die het inkomensverlies compenseert vanaf het moment van uit dienst treding tot aan het moment dat de arbeidsovereenkomst met ING van rechtswege zou eindigen. Reden uitdiensttreding is pensioen.De Q&A versie 6 is die dag gecommuniceerd binnen ING en was digitaal beschikbaar via het intranet.
€ 196.514,07 bruto, waarvan ING reeds € 55.000,00 bruto heeft uitgekeerd zodat hij nog recht heeft op betaling van het bedrag van € 141.514,07 bruto.