Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2013 in de zaak tussen
de besloten vennootschap[naam], te Amsterdam, verzoekster
de burgemeester van Amsterdam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Amsterdam om de exploitatievergunning en de Drank- en Horecawet (DHW)-vergunning van het bedrijf van verzoekster niet te verlengen en in te trekken. De burgemeester baseerde zijn besluit op een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) en een strafrechtelijk onderzoek waaruit blijkt dat de natuurlijk persoon achter verzoekster vermoedelijk betrokken is geweest bij opzetheling en deelname aan een criminele organisatie.
Verzoekster exploiteert het bedrijf sinds lange tijd en had een vergunning die in 2012 afliep. Na een OM-tip en het advies van het LBB besloot de burgemeester in 2013 de vergunningen in te trekken en de exploitatie te beëindigen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om schorsing van het besluit totdat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het advies van het LBB en de onderliggende feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk maken dat de betrokken persoon strafbare feiten heeft gepleegd en dat het bedrijf kan worden gebruikt voor witwassen en criminele activiteiten. De voorzieningenrechter vond geen aanleiding om het besluit onrechtmatig te achten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatie- en DHW-vergunning wordt afgewezen.