De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van een terbeschikkinggestelde die sinds 2003 onder dwangverpleging stond. De officier van justitie verzocht om verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege voor een jaar. De reclassering adviseerde negatief vanwege de weigering van betrokkene om mee te werken aan voorwaarden.
Tijdens de openbare raadkamer verklaarde de terbeschikkinggestelde zich bereid de voorwaarden na te leven mits begeleiding niet via de reclassering plaatsvindt. De behandelaar van de TBS-kliniek onderschreef dit en gaf aan dat begeleiding door een forensische psychiatrische instelling mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de verpleging van overheidswege voorwaardelijk kan worden beëindigd, met voorwaarden gericht op dagstructuur, financiën en woonruimte, en stelde de forensische instelling aan als begeleider. De voorwaarden en het toezicht zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.
De vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling werd afgewezen, waarmee de rechtbank een balans vond tussen veiligheid en de zelfstandigheid van de terbeschikkinggestelde.