De gemeente Amsterdam vorderde van de erfgenamen van een overledene terugbetaling van te veel ontvangen bijstandsuitkeringen over een lange periode, omdat erflater inkomsten had uit drugshandel. De gemeente baseerde haar vordering op processen-verbaal van de politie en een e-mail van een sociaal rechercheur, waaruit bleek dat erflater onterecht bijstand ontving.
De erfgenamen voerden verweer dat zij de nalatenschap beneficiair hadden aanvaard en dat zij gerechtvaardigd mochten vertrouwen op een mededeling van de politie en DWI dat de vordering beperkt zou blijven tot de waarde van het beslag op goederen ter waarde van circa € 13.150. De rechtbank oordeelde dat de erfgenamen zich als zuivere aanvaarders hadden gedragen door beheerhandelingen die verder gingen dan beheer, waardoor zij aansprakelijk zijn voor de volledige vordering.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de mededelingen van de politie en DWI gerechtvaardigd vertrouwen opriepen bij de erfgenamen dat de vordering beperkt zou blijven tot het beslagbedrag. Dit vertrouwen was gegrond gezien de duidelijke en onvoorwaardelijke bewoordingen in de e-mail en brief, en het feit dat de politie en DWI deel uitmaken van dezelfde gemeente.
Daarom wees de rechtbank het verzoek van de gemeente af om het volledige bedrag te verhalen en veroordeelde de gemeente in de proceskosten. De erfgenamen hoeven slechts tot de waarde van het beslag te betalen, niet het volledige gevorderde bedrag.