Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 september 2012, hierna het tussenvonnis,
- de akte van 7 november 2012 van de verzekeraars,
- de antwoordakte van 5 december 2012 van Wuppermann,
- het pleidooi van 1 juli 2013.
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele verzekeringszaak tussen Wuppermann Staal Nederland B.V. en verzekeraars Delta Lloyd en HDI-Gerling staat de vergoeding van schade door een constructiefout in een installatie centraal. De rechtbank bevestigt dat de integrale vervanging van de installatie als herstel onder de machineschadeverzekering valt, maar dat kosten van voorlopige herstellingen niet als bereddingskosten worden aangemerkt en daardoor niet vergoed worden.
De rechtbank stelt vast dat de voorlopige herstellingen zijn gemaakt in het belang van de bedrijfsvoering en niet ter afweer van onmiddellijk dreigend gevaar, zoals vereist voor bereddingskosten. De verzekeraars mogen zich beroepen op uitsluiting van vergoeding van voorlopige herstellingen conform artikel 8.6 van de polisvoorwaarden. Wuppermanns beroep op redelijkheid en billijkheid wordt verworpen omdat er geen aanwijzingen zijn dat verzekeraars misleidend hebben gehandeld.
De materiële schade wordt vastgesteld op €678.510,37 minus eigen risico en verbeterkosten, resulterend in een vergoeding van €570.710,37. De bedrijfsschadevergoeding wordt beperkt tot €3.612,21 na aftrek van eigen risico, waarbij overwerkkosten en kosten van noodreparaties wel worden vergoed. De totale schadevergoeding bedraagt €574.322,58, met wettelijke rente vanaf 27 september 2007. Verzekeraars worden veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten.
Uitkomst: Verzekeraars worden veroordeeld tot betaling van €574.322,58 schadevergoeding en proceskosten aan Wuppermann.