De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte wegens bedreiging en mishandeling van zijn dochter en andere familieleden. De rechtbank sprak verdachte vrij van bedreiging van zijn schoonmoeder en echtgenote en mishandeling van zijn echtgenote wegens onvoldoende bewijs.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zijn dochter bedreigde met een mes en haar meermalen mishandelde, onder meer met een deegroller en door te bijten, wat letsel en pijn veroorzaakte. De mishandelingen vonden plaats in een periode van circa twee jaar, ook na het vernemen van een verkrachting door de dochter.
De rechtbank achtte de feiten ernstig vanwege de kwetsbare positie van het kind en de impact van het geweld. Daarom werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 103 dagen opgelegd, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals een meldings- en behandelverplichting en contactverbod. Daarnaast werd een taakstraf van 100 uur opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-naleving.
De vordering van de dochter tot schadevergoeding werd toegewezen voor een bedrag van €1.500, terwijl de vordering van de echtgenote werd afgewezen. De rechtbank legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op en bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op de straf.