Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 juli 2012 met producties;
- de incidentele vordering ex 843A (jo) 85 lid 2 Rv van 22 augustus 2012;
- de incidentele conclusie van antwoord van 5 september 2012;
- het vonnis in het incident van 3 oktober 2012;
- de conclusie van antwoord van 14 november 2012 met producties;
- het tussenvonnis van 12 december 2012;
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 13 februari 2013 met de daarin vermelde processtukken.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beslissing
10 juli 2013voor uitlating door [eiseres] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,
bewijsstukkenwil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,
getuigenwil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden augustus tot en met oktober 2013 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,