Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser]
Procesverloop
Overwegingen
a) instapweigering tegen hun wil,
b) annulering van hun vlucht,
c) vertraging van hun vlucht.
a) luchtvaartmaatschappij: een luchtvervoersonderneming met een geldige exploitatievergunning;
b) luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert: een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert of voornemens is een vlucht uit te voeren in het kader van een overeenkomst met een passagier of namens een andere natuurlijke of rechtspersoon die een overeenkomst heeft met die passagier;
c) communautaire luchtvaartmaatschappij: een luchtvaartmaatschappij met een geldige exploitatievergunning die door een lidstaat is verleend overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen (PB 1992 L 240);
a) op passagiers die vertrekken vanaf een luchthaven die gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is;
b) op passagiers die vertrekken vanaf een in een derde land gelegen luchthaven naar een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is, tenzij zij bepaalde voordelen of compensatie hebben ontvangen en bijstand hebben gekregen in dat derde land, indien de luchtvaartmaatschappij die de vlucht in kwestie uitvoert, een communautaire luchtvaartmaatschappij is.
“de inspectie neemt alleen klachten in behandeling van vluchten die korter dan een jaar geleden hebben plaatsgevonden. Wel kunt u een civiele procedure beginnen (let op: bij deze procedure geldt een vervaltermijn van twee jaar) of via de Europese procedure voor geringe vorderingen uw recht halen”.
Beslissing
- verklaart het beroep van eiser ten aanzien van het niet beslissen op de dwangsom ongegrond;
- verklaart de beroepen van eisers voor het overige gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten in zoverre;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in de zaak van eiseres geheel in stand blijven;
- bepaalt dat verweerder in de zaak van eiser binnen tien weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eisers ieder afzonderlijk het betaalde griffierecht van € 156, - vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het geding tot een bedrag van € 1.416 (zegge: veertienhonderdenzestien euro); dat is € 708, - aan ieder van eisers afzonderlijk.