Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
,
Rechtbank Amsterdam
Eiser, een politieagent in de rang van brigadier, werd geschorst en kreeg een derde van zijn bezoldiging ingehouden naar aanleiding van een omvangrijk disciplinair onderzoek dat ernstig plichtsverzuim, waaronder schending van de geheimhoudingsplicht, aan het licht bracht.
Verweerder, de korpschef, nam het besluit tot schorsing en inhouding van bezoldiging op basis van het rapport van het bureau Beroepshouding, Veiligheid & Integriteit. Eiser betwistte de feiten en stelde dat verweerder geen rekening had gehouden met zijn financiële situatie.
De rechtbank oordeelde dat het voornemen tot ontslag op voldoende gronden berustte en dat de schorsing rechtmatig was. Tevens was de inhouding van een derde van de bezoldiging niet onrechtmatig, omdat verweerder voldoende onderzoek had gedaan naar de financiële situatie van eiser en een redelijke afweging had gemaakt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de politieagent tegen schorsing en inhouding van een derde van zijn bezoldiging wordt ongegrond verklaard.