Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van 20 november 2013
[gedaagde],
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 24 november 2011 inhoudende de vordering van [eisers], met producties;
- de conclusie van antwoord van [gedaagde], met producties;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eisers, eigenaren van een perceel, vorderden dat gedaagde verplicht zou worden binnen dertig dagen een ligusterheg te herplaatsen die zonder toestemming was verwijderd en dat zij een schadevergoeding zouden ontvangen voor geestelijk leed en gemaakte kosten.
De heg stond deels op het perceel van eisers en deels op dat van gedaagde, die de heg had verwijderd en vervangen door een raster en nieuwe heg. Eisers stelden mede-eigendom en onrechtmatige daad, terwijl gedaagde betwistte dat de heg mede-eigendom was en dat sprake was van onrechtmatig handelen.
De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende belang hadden bij herplaatsing omdat het nieuwe hekwerk binnen een jaar bedekt zou zijn en dat het enkele esthetische bezwaar onvoldoende is. De vordering tot immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Ook de vergoeding van kadaster- en advocaatkosten werd afgewezen wegens onvoldoende grondslag en onderbouwing.
Eisers werden veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis werd gewezen door mr. L.R. Wisse en uitgesproken op 20 november 2013.
Uitkomst: Vordering tot herplaatsing heg en schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende belang en gebrek aan onderbouwing.