Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
vastgesteld op € 472,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde van
€ 472,- per punt en wegingsfactor 1).
3.1. Eiseres heeft in beroep tegen het bestreden besluit II - samengevat - aangevoerd dat artikel 2, tweede lid, van de Beleidsregels in strijd is met het Bpb en buiten toepassing dient te blijven. Volgens eiseres heeft zij recht op een vergoeding van de proceskosten in bezwaar.
3.7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het beleid, voor zover dat betrekking heeft op de kosten van het maken van bezwaar tegen een besluit waarmee een bedrag is gemoeid dat lager is dan € 500,-, geen aanvaardbare invulling gegeven van het bepaalde in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.
“In alle gevallen is de vergoeding overigens beperkt tot de kosten, die de belanghebbende redelijkerwijs in verband met de behandeling van het bezwaar of administratief beroep heeft moeten maken. Daarmee is, in aansluiting op het huidige artikel 8:75 en Pro de jurisprudentie van de civiele kamer van de Hoge Raad (HR 17 november 1990, AB 1990, 81 (Velsen/De Waard), de zogenaamde «dubbele redelijkheidstoets» gecodificeerd: zowel het inroepen van rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten dienen redelijk te zijn. Aan dit vereiste is bijvoorbeeld niet voldaan, indien de bijstand van een belastingadviseur wordt ingeroepen om een evidente rekenfout in een belastingaanslag te herstellen. Het is immers algemeen bekend, dat een eenvoudig telefoontje naar de belastingdienst daartoe ook volstaat.”
Beslissing
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit I
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit II gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II, voor zover daarbij is beslist om aan eiseres geen vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toe te kennen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit II, voor zover dat is vernietigd;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een bedrag van € 944,- ter zake van kosten van bezwaar vergoedt;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 44,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van het beroep tot een bedrag van € 944,-, te betalen aan eiseres.
mr. A. El Markai, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
21 augustus 2013.