Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
In deze kort gedingprocedure vordert eiser dat Rochdale wordt verboden beslag te leggen op zijn huurtoeslag en tot terugbetaling van reeds getroffen bedragen. Eiser stelt dat de huurovereenkomst is geëindigd door verkoop van de woning aan Stichting Stadgenoot, waardoor Rochdale geen beslag meer mag leggen. Rochdale betwist dit en beroept zich op artikel 7:226 lid 1 BW Pro, waardoor de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst zijn overgegaan op Stadgenoot, maar de huurovereenkomst zelf voortduurt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat huurtoeslag een tegemoetkoming is in de zin van artikel 45 Awir Pro en dat beslag daarop in beginsel niet is toegestaan, behalve bij vorderingen tot nakoming van betalingsverplichtingen wegens een geleverde prestatie. De rechter oordeelt dat Rochdale als verhuurder van de woning waarop de huurtoeslag betrekking heeft, terecht beslag heeft gelegd wegens een vordering tot betaling van huur.
De stelling van eiser dat de huurovereenkomst is geëindigd en Rochdale daarom geen beslag mag leggen, wordt verworpen. De verkoop van de woning aan Stadgenoot leidt niet tot beëindiging van de huurovereenkomst, zodat de huurtoeslag bedoeld is voor betaling van huur aan Rochdale. De vordering van eiser wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van eiser wordt afgewezen en Rochdale mag beslag houden op de huurtoeslag.