ECLI:NL:RBAMS:2013:8764
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.W.J. Harten
- B. de Vos
- I.W. Neleman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning voor balkons achtergevel panden in stedelijke omgeving
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van meerdere bewoners tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor 21 balkons aan de achtergevel van panden in een stedelijke omgeving. Het beroep van één eiser werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet maken van bezwaar tegen het primaire besluit.
De rechtbank beoordeelde dat de vergunninghouder de balkons mocht realiseren, omdat niet was gebleken dat het zicht vanaf de balkons zou leiden tot een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de eisers. De minimale afstand van ruim zes meter tussen balkons en vensters werd als acceptabel beschouwd in de stedelijke context. Ook de vermeende afname van zon- en daglichttoetreding was volgens de rechtbank niet wezenlijk, mede gelet op lichtberekeningen en rapportages.
Verder was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de geluidsoverlast door de balkons aanzienlijk zou toenemen. De rechtbank oordeelde dat in een dichtbebouwde stedelijke omgeving enige geluidsoverlast aanvaardbaar is. De belangen van vergunninghoudster mochten daarom in redelijkheid prevaleren boven die van de eisers. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de balkons is ongegrond verklaard en één beroep niet-ontvankelijk.