ECLI:NL:RBAMS:2013:8802
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- C. von Meyenfeldt
- R.H. de Vries
- T.J.M. Gijsberts
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking voorzitter meervoudige strafkamer toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid
Verzoekers, behorend tot één gezin en verdachten in strafzaken samen met hun ouders, dienden een wrakingsverzoek in tegen de drie rechters van de meervoudige strafkamer. Zij voerden aan dat de voorzitter en de jongste rechter onpartijdigheidsschijn wekten door het niet volledig laten vertalen van verklaringen van hun ouders via een tolk en door het niet toestaan van volledige toelichting tijdens de zitting.
Tijdens de zitting bleek dat de tolk niet alles vertaalde wat de vader en moeder zeiden, omdat de voorzitter vond dat dit niet wenselijk was gezien de gezamenlijke behandeling van de zaken en het gedeelde huishouden. De verdediging ervoer dit als een belemmering van het recht op een eerlijk proces. Daarnaast maakte de voorzitter onheusheden tegen de verdediging, wat de vrees voor vooringenomenheid versterkte.
De rechtbank nam kennis van de schriftelijke en mondelinge reacties van de rechters en de officier van justitie. De voorzitter erkende het recht om orde te handhaven, maar ontkende vooringenomenheid. De wrakingskamer oordeelde dat hoewel de jongste en oudste rechter geen schijn van partijdigheid wekten, de voorzitter door zijn opmerkingen en houding jegens de verdediging de objectief gerechtvaardigde vrees van vooringenomenheid heeft doen ontstaan.
Daarom werd het wrakingsverzoek tegen de voorzitter toegewezen en werd bepaald dat de strafzaken worden heropend en voortgezet door een andere meervoudige kamer met een nieuwe voorzitter. De wraking tegen de andere rechters werd afgewezen. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige strafkamer is toegewezen wegens schijn van vooringenomenheid, de zaak wordt heropend onder een andere voorzitter.