ECLI:NL:RBAMS:2013:8950
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- E.R.S.M. Marres
- R.H. de Vries
- A.W.J. Ros
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rolrechter niet-ontvankelijk verklaard na beëindiging bemoeienis
Verzoekster, partij in een civiele procedure, diende een wrakingsverzoek in tegen de rolrechter die betrokken was bij haar zaak. De rechtbank nam kennis van het schriftelijke verzoek en relevante stukken, waaronder eerdere afwijzingen van verzoeken tot uitstel.
De rolrechter had zijn rolbeschikking gegeven en bevestigd, waarna zijn bemoeienis met de zaak geacht werd te zijn beëindigd. Op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt indien zijn onpartijdigheid in het geding is, maar dit is alleen mogelijk zolang de rechter bemoeienis met de zaak heeft.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk was omdat het doel van wraking, het beletten van verdere behandeling door de rechter, niet meer aan de orde was. Een mondelinge behandeling werd niet noodzakelijk geacht. De beslissing werd uitgesproken op 25 juni 2013 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Verzoek tot wraking van de rolrechter is niet-ontvankelijk verklaard omdat zijn bemoeienis met de zaak was beëindigd.