Intrum Justitia vordert betaling van een bedrag van € 9.257,49 van gedaagde wegens onbetaalde facturen voor mobiel dataverbruik, grotendeels gegenereerd in Egypte in december 2009. Gedaagde voert verweer dat de telefoon in de zomer van 2009 bij een inbraak is gestolen en zij het abonnement heeft laten stopzetten, waardoor de kosten niet aan haar toegerekend kunnen worden.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde de stelling van diefstal onvoldoende heeft onderbouwd. Ondanks gelegenheid om bewijsstukken zoals het proces-verbaal en vonnis van de strafrechter te overleggen, heeft zij dit niet gedaan. De enkele verklaring en een onduidelijk proces-verbaal konden het verweer niet ondersteunen.
Daarom wordt het verweer verworpen en wordt vastgesteld dat gedaagde aansprakelijk is voor de kosten. Vodafone heeft de overeenkomst terecht ontbonden en Intrum Justitia mag de vordering tot betaling van het openstaande bedrag en wettelijke rente instellen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 8.459,51 plus rente en proceskosten van € 1.351,34. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.