ECLI:NL:RBAMS:2013:9000
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- A.W.H. Vink
- Th.P.J. de Graaf
- J. Knol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke uitkeringszaak
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die zijn bestuursrechtelijke zaak behandelde, waarin hij beroep instelde tegen een besluit van het UWV tot weigering van een Ziektewetuitkering. Verzoeker meende dat de rechter partijdig was omdat zij zijn beroepschrift en aanvulling daarop onvoldoende achtte en geen gehoor gaf aan zijn bezwaren tegen medische rapportages van de bedrijfsarts.
De rechtbank heeft het verzoek behandeld en de rechter gehoord. Uit het proces-verbaal en de reactie van de rechter blijkt dat zij verzoeker slechts heeft gewezen op de noodzaak zijn stellingen nader te onderbouwen, in het kader van de nieuwe zaaksbehandeling die gericht is op transparantie en het voorkomen van onverwachte beslissingen.
De rechtbank oordeelt dat er geen gegronde aanwijzingen zijn voor partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter. De rechter heeft geen oordeel gegeven over de inhoud van de medische rapportages en heeft verzoeker juist de gelegenheid geboden zijn bezwaren toe te lichten.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen en wordt de bestuursrechtelijke procedure hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing is geen voorziening open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.