AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevoegdheid kantonrechter Amsterdam in luchtvaartvordering tegen Egyptair
In deze zaak vorderen acht eisers, verspreid over Nederland, op grond van artikel 7 vanPro Verordening 261/2004 schadevergoeding wegens vertraging van dezelfde vlucht van Egyptair. Egyptair betwist de bevoegdheid van de kantonrechter Amsterdam voor acht van de eisers omdat zij niet in Amsterdam wonen. De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 6 lid 1 sub d RvPro de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat de kantonrechter Amsterdam bevoegd is voor de drie eisers die in Amsterdam wonen op grond van artikel 101 RvPro.
Vanuit proceseconomisch oogpunt acht de kantonrechter het wenselijk om alle vorderingen gezamenlijk te behandelen, omdat het onredelijk is om voor de verspreid wonende eisers aparte dagvaardingen bij verschillende rechtbanken te laten uitbrengen en vervolgens verwijzing te verzoeken. Er is geen wettelijke bepaling die zich verzet tegen de bevoegdheid van de kantonrechter Amsterdam voor alle vorderingen en Egyptair heeft geen belangenverlies gesteld.
De kantonrechter verklaart zich daarom bevoegd om van alle vorderingen kennis te nemen en wijst de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring af. Egyptair wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De zaak wordt verwezen naar de terechtzitting van 6 januari 2014 voor voortzetting van de procedure.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich bevoegd voor alle eisers en wijst de incidentele onbevoegdheidsvordering van Egyptair af.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
AFDELING PRIVAATRECHT TEAM KANTON
Kenmerk : CV 13-20396.1
Datum : 9 december 2013
245
Vonnis van de kantonrechter te Amsterdam in de zaak van:
1.[eiser 1], voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van[eiser 2] en [eiser 3]
allen wonende te [woonplaats]
2. [eiser 4]
3. [eiser 5]4. [eiser 6]allen wonende te [woonplaats]
5.[eiser 7]
6. [eiser 8]
7. [eiser 9]allen wonende te [woonplaats]
9.[eiser 11]wonende te [woonplaats]
eisers, verweerders in het incident
gemachtigde: [gemachtigde]
t e g e n:
de vennootschap naar buitenlands recht EGYPTAIR
statutair gevestigd te Cairo, Egypte en kantoorhoudende te Amsterdam
gedaagde, eiseres in het incident
nader te noemen Egyptair
gemachtigde: mr. T. Teke
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De volgende processtukken zijn ingediend:
de dagvaarding van 11 juli 2013 inhoudende de vordering van eisers
de incidentele conclusie van Egyptair tot onbevoegd-verklaring van de kantonrechter te Amsterdam
de reactie van eisers op de incidentele vordering.
Daarna is in het incident vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In het incident
Egyptair heeft omtrent de bevoegdheid opgeworpen dat de kantonrechter te Amsterdam slechts voor de eerste (3) eisers, wonende te [woonplaats], op de voet van artikel 99 RvPro jo 101 Rv bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Voor de overige 8 eisers geldt dat niet, nu deze niet in [woonplaats] woonachtig zijn, de regels van 99 jo 101 Rv niet gelden en de bevoegdheid van de kantonrechter te Amsterdam ook niet op grond van artikel 109 RvPro kan worden gebaseerd.
Eisers hebben in dit verband betoogd dat de kantonrechter te Amsterdam wel bevoegd is om van de vordering van alle eisers kennis te nemen. Zij hebben daarbij onder meer verwezen naar artikel 109 RvPro en naar eerdere vonnissen, waaronder dat van de kantonrechter Amsterdam van 29 oktober 2012 (gewezen onder rolnummer CV 12-2130).
Overwogen wordt als volgt.
Eisers hebben allen op basis van artikel 7 vanPro Verordening 261/2004 een gelijkluidende vordering jegens Egyptair ingesteld, gegrond in een vertraging van dezelfde vlucht, namelijk de vlucht [vluchtnummer] van Schiphol (Amsterdam, Nederland) naar Cairo International Airport (Cairo, Egypte) met als vertrek [vertrekdatum] uur. Drie van de eisers wonen in [woonplaats]; de 8 overige eisers zijn verspreid over Nederland woonachtig. Egyptair is in Cairo, Egypte gevestigd en houdt (mede) kantoor in Amsterdam.
Gelet op het bepaalde in artikel 6 aanhefPro en sub d Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. Niet is gesteld of gebleken dat het in onderhavig geval een aangelegenheid is, die het kantoor in Amsterdam betreft, zodat de bevoegdheid van de kantonrechter te Amsterdam niet kan worden gebaseerd op de hoofdregel van artikel 99 RvPro.
Ten aanzien van de vordering van de drie Amsterdamse eisers is de kantonrechter op grond van artikel 101 RvPro bevoegd. Vanuit proceseconomisch oogpunt is het wenselijk dat alle vorderingen op dezelfde wijze en door dezelfde kantonrechter worden beoordeeld en beslist, terwijl de omslachtige wijze van apart dagvaarden bij over het land verspreide rechtbanken en vervolgens het verzoeken van verwijzing ex artikel 220 - 222 Rv in redelijkheid van eisers niet kan worden gevergd. Er is tot slot geen wettelijke bepaling die zich ertegen verzet dat de kantonrechter te Amsterdam van de vorderingen van de overige eisers tevens kennis neemt, terwijl Egyptair niet heeft gesteld dat zij in die situatie in haar belangen zou worden geschaad.
De kantonrechter acht zich derhalve bevoegd om van de vorderingen van alle eisers kennis te nemen.
De vordering in het incident wordt afgewezen, waarbij Egyptair wordt veroordeeld in de kosten van het incident.
BESLISSING
De kantonrechter:
in het incident
verklaart zich bevoegd om van de vorderingen van alle eisers kennis te nemen;
veroordeelt Egyptair in de kosten van het incident aan de zijde van eisers begroot op € 250,00, voor zover verschuldigd inclusief BTW, aan salaris van hun gemachtigde;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de terechtzitting van de kantonrechter op 6 januari 2014 om 10.00 uurom voort te procederen, middels een conclusie van antwoord aan de zijde van Egyptair.
Aldus gewezen door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.