ECLI:NL:RBAMS:2013:9047
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid
Verzoeker, partij in een civiele procedure, verzocht om wraking van de rolrechter die op 4 oktober 2013 slechts vier weken uitstel verleende voor het nemen van de conclusie van antwoord. Verzoeker stelde dat hierdoor de schijn van partijdigheid was gewekt en hij zich niet adequaat kon verdedigen.
De rechtbank overweegt dat wraking bedoeld is om een rechter die (schijnbaar) partijdig is van de behandeling van een zaak te verwijderen. De betrokkenheid van de rolrechter was echter beperkt tot het geven van een beslissing op het uitstelverzoek. Na deze beslissing was de rechter niet langer betrokken bij de zaak.
Daarom is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat het zich niet richt tegen de behandelende rechter. De rechtbank verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk en wijst het af. Tegen deze beslissing is geen voorziening mogelijk volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.