ECLI:NL:RBAMS:2013:9399
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar en oplegging boete studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
De rechtbank Amsterdam behandelde het beroep van eiseres tegen besluiten van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake de herziening en terugvordering van studiefinanciering en de oplegging van een boete. Het primaire besluit I betrof de omzetting van een uitwonendenbeurs in een thuiswonendenbeurs en de terugvordering van €762,16. Het primaire besluit II betrof de oplegging van een boete van €381,08 wegens het niet voldoen aan de voorwaarde van feitelijke bewoning op het GBA-adres.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat eiseres had ingestemd met digitale bekendmaking van besluiten via “Mijn DUO” en dat het besluit tijdig bekend was gemaakt. Het bezwaar tegen het primaire besluit I was daardoor te laat ingediend en niet-ontvankelijk. De stelling van eiseres dat zij de attentiemail niet had ontvangen en daardoor te laat was, werd verworpen omdat zij tijdig telefonisch op de hoogte was gesteld.
Ten aanzien van de boete stelde de rechtbank vast dat eiseres niet woonde op het GBA-adres, zoals bleek uit een huisbezoek waarbij geen persoonlijke spullen werden aangetroffen en geen slaap- of bergruimte aanwezig was. Eiseres kon dit onvoldoende betwisten. De boete van 50% van het teruggevorderde bedrag werd als passend beoordeeld in lijn met de Memorie van Toelichting bij artikel 9.9 Wsf 2000. Er waren geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de boete van 50% wordt bevestigd.