Uitspraak
BESLISSING
ex artikel 32 lid 4 WvSv Pro
ex artikel 32 lid 4 van Pro het Wetboek van Strafvordering (WvSv)in de zaken tegen de verdachten:
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak hebben verdachten bezwaar gemaakt tegen het besluit van de officier van justitie om geen afschrift te verstrekken van camerabeelden waarop zij te zien zijn en waarvan de handelingen relevant zijn voor het strafproces. De officier van justitie beriep zich op de privacy van derden die op de beelden voorkomen en stelde dat inzage op het politiebureau voldoende was.
De rechter-commissaris heeft het bezwaar beoordeeld aan de hand van artikel 32 van Pro het Wetboek van Strafvordering en de relevante wetsgeschiedenis. Daarbij is overwogen dat het enkel zichtbaar zijn van derden op de beelden niet zonder meer betekent dat het verstrekken van afschriften strijdig is met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Tevens is gewezen op de waarborgen tegen ongeoorloofde openbaarmaking door de verdediging.
Gezien het ontbreken van zwaarwegende belangen die het verstrekken van afschriften in de weg staan, heeft de rechter-commissaris het belang van de verdachten om in de ruimste zin kennis te nemen van het procesdossier laten prevaleren. Het bezwaar is daarom gegrond verklaard en de officier van justitie is opgedragen binnen een week afschriften te verstrekken.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt gegrond verklaard en de officier van justitie moet binnen een week afschrift van de camerabeelden verstrekken.