ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0426
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanspraak op aanvullende uitkering en schadevergoeding na dienstongeval brugwachter
Eiser, een brug- en sluiswachter, raakte op 3 mei 2006 betrokken bij een ongeval tijdens werktijd met een dienstsnorfiets. Hij stelde dat het ongeval een dienstongeval betrof en dat hij recht had op een periodieke aanvullende uitkering en schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht en het beginsel van goed werkgeverschap.
De rechtbank stelde vast dat het ongeval tijdens werktijd plaatsvond en aannemelijk was dat de boodschappen die eiser deed ten behoeve van de dienst waren, waardoor sprake was van een dienstongeval volgens de NRGA. Echter, er was geen voldoende medisch bewijs voor een causaal verband tussen het ongeval en de arbeidsongeschiktheid van eiser, ondanks verklaringen van psychiater en UWV.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder aan zijn zorgplicht had voldaan door adequaat onderhoud van de dienstsnorfietsen en dat het ontbreken van een kledingvoorschrift niet onredelijk was. Ook was er geen schending van het beginsel van goed werkgeverschap, mede omdat de ongevallenverzekering adequaat was. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij krijgt geen aanvullende uitkering of schadevergoeding toegekend.