ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0515
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing deelgeschil over vergoeding buitengerechtelijke kosten in letselschadezaak
Op 17 augustus 1998 liep [A], toen negen jaar oud, ernstig letsel op aan haar linkervoet door een verkeersongeval waarbij zij als fietser werd overreden door een vrachtwagen verzekerd bij Turien & Co. Turien erkende aansprakelijkheid. Na overdracht van de zaak aan een Amsterdamse advocaat in 2011 ontstond discussie over de vergoeding van buitengerechtelijke kosten en de wijze van schaderegeling voor de periode 2012-2016.
[A] verzocht de rechtbank om in een deelgeschilprocedure vast te stellen dat de buitengerechtelijke kosten over de periode april 2011 tot juni 2012 €8.933,33 bedragen en dat Turien deze moet betalen. Turien betoogde dat het verzoek zich niet leent voor een deelgeschil omdat het geschilpunt niet bijdraagt aan het sluiten van een vaststellingsovereenkomst, maar slechts gaat over een voorschot op de schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de deelgeschilprocedure bedoeld is om geschilpunten te beslechten die de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst belemmeren. Omdat partijen slechts een voorschot wilden vaststellen en de definitieve schaderegeling nog openstond, draagt een beslissing over de buitengerechtelijke kosten niet bij aan een vaststellingsovereenkomst. Het verzoek viel daarmee buiten het kader van de wet deelgeschillen en werd afgewezen.
Wel werd geoordeeld dat het verzoek niet onnodig of onterecht was ingediend en dat [A] kosten mocht maken. De rechtbank matigde de kostenbegroting van €2.266,20 tot €1.400,00 en veroordeelde Turien tot betaling van dit bedrag. De advocaat van [A] had toegezegd het verschil niet aan [A] door te berekenen, zodat [A] niet met hogere kosten wordt geconfronteerd.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling en vergoeding van buitengerechtelijke kosten in een deelgeschil wordt afgewezen, maar Turien wordt veroordeeld tot betaling van gematigde proceskosten van €1.400,00.