ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2408
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke veroordeling wegens onttrekking minderjarige aan wettig gezag
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het onttrekken van drie minderjarigen aan het wettig gezag van Bureau Jeugdzorg. Verdachte had twee minderjarigen meegenomen naar Marokko, maar de rechtbank oordeelde dat zij hiertoe bevoegd was omdat zij het ouderlijk gezag bezat en er geen gezagsbeperkende maatregelen waren genomen.
Voor de derde minderjarige oordeelde de rechtbank anders. Verdachte had deze minderjarige zonder toestemming van Bureau Jeugdzorg naar Marokko gestuurd, ondanks een schriftelijke aanwijzing van 6 juli 2011 waarin stond dat dit niet was toegestaan. De rechtbank achtte dit bewezen en veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van drie jaar.
De rechtbank vond de verklaring van verdachte dat zij de schriftelijke aanwijzing pas na het vertrek van de minderjarige had gezien ongeloofwaardig. Verdachte was eerder veroordeeld, wat meewoog in de strafoplegging. De straf moest dienen als afschrikking om herhaling te voorkomen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten met betrekking tot de eerste twee minderjarigen en veroordeelde haar alleen voor het onttrekken van de derde minderjarige aan het wettig gezag van Bureau Jeugdzorg.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van twee feiten en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden voor het onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag.