ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4216
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- T.P.J. de Graaf
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlaging nabestaandenuitkering op grond van woonlandbeginsel
Verzoekster, woonachtig in Turkije, ontving een nabestaandenuitkering die per 1 januari 2013 met 40% werd verlaagd op grond van het woonlandbeginsel. Zij verzocht om een voorlopige voorziening vanwege de financiële achteruitgang en beroept zich op diverse internationaalrechtelijke bepalingen, waaronder artikel 6 van Pro het Besluit 3/80 van de Associatieraad EEG-Turkije.
De voorzieningenrechter erkent de principiële en complexe rechtsvragen die spelen, maar beperkt zich tot een belangenafweging. Hoewel verzoekster een spoedeisend belang heeft vanwege vaste maandelijkse lasten, is niet gebleken dat zij door de verlaging in een bedreigende schuldenpositie is gekomen. Bovendien was verzoekster sinds juli 2012 op de hoogte van de aanpassing.
De voorzieningenrechter acht het belang van de overheid bij het uitvoeren van het besluit zwaarder dan het belang van verzoekster bij het treffen van een voorlopige voorziening. Tevens is aangegeven dat het bezwaar en eventuele bodemprocedure spoedig zullen worden behandeld. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de nabestaandenuitkering is afgewezen.