ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4304
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van den Bergh
- K.A. Brunner
- H.M. van Niftrik
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak softdrugs en veroordeling voor bezit heroïne en cocaïne
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte wegens bezit van verschillende verdovende middelen. Ten aanzien van het bezit van softdrugs op de zolder werd verdachte vrijgesproken omdat niet kon worden vastgesteld dat hij zich bewust was van de aanwezigheid of beschikkingsmacht had over de aangetroffen hasjiesj en hennep. Daarnaast werd het bewijs van drugs gevonden in een bank onrechtmatig verkregen verklaard vanwege een onrechtmatige doorzoeking, waardoor ook hiervoor vrijspraak volgde.
Voor het bezit van heroïne en cocaïne op de zolderkamer werd verdachte wel veroordeeld. De politie had met toestemming van de moeder van verdachte de woning en de zolder betreden en daar drugs aangetroffen in het zicht. De rechtbank oordeelde dat het betreden van de zolder met toestemming was geschied en dat het aantreffen van de drugs rechtmatig was. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 weken, waarbij rekening werd gehouden met eerdere justitiële contacten en de ernst van de feiten.
De rechtbank wees het verweer van de verdediging af dat de politie onrechtmatig had gehandeld bij het betreden van de zolder en het zoeken naar verdachte. De strafoplegging werd passend geacht gezien de omstandigheden en de persoon van verdachte. Het vonnis werd uitgesproken op 19 februari 2013 door een meervoudige strafkamer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bezit softdrugs en veroordeeld tot 6 weken gevangenisstraf voor bezit heroïne en cocaïne.