ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ4317
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter kwalificeert overeenkomst als opdracht en wijst loonvordering toe wegens ontbreken ontslagvergunning
In deze zaak vordert een jurist betaling van loon en vakantiegeld van een juristenkantoor, nadat hij zijn werkzaamheden had opgeschort wegens niet-betaling. De voorzieningenrechter beoordeelt of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht. Uit de omstandigheden, waaronder de inhoud van e-mails en de wijze van betaling, volgt dat het een overeenkomst van opdracht betreft.
Hoewel geen arbeidsovereenkomst, is het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) van toepassing, waardoor voor beëindiging van de overeenkomst toestemming van het UWV Werkbedrijf vereist is. De jurist had zijn werkzaamheden terecht opgeschort vanwege langdurige wanbetaling, wat geen dringende reden vormt voor ontslag op staande voet.
Omdat de juristenkantoor geen ontslagvergunning had verkregen, wordt de vordering tot doorbetaling van loon en wettelijke rente toegewezen, met aftrek van reeds betaalde bedragen. De vorderingen tot vakantiegeld en wettelijke verhoging worden afgewezen omdat geen arbeidsovereenkomst bestaat. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering tot doorbetaling van loon toe wegens het ontbreken van een ontslagvergunning en wijst overige vorderingen af.