ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5672
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonsituatie en afwijzing nieuwe aanvragen
Eiseres ontving sinds 1996 bijstand en kreeg haar uitkering ingetrokken per 16 januari 2012 na een onderzoek naar haar woonsituatie, waarbij werd vastgesteld dat haar zolderkamer bewoond werd door een ander persoon. Verweerder vorderde de te veel betaalde bijstand terug en wees twee nieuwe aanvragen om bijstand af, waarbij eiseres bezwaar maakte tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking en terugvordering terecht waren omdat eiseres geen recht meer had op bijstand vanaf 16 januari 2012. De waarnemingen tijdens het huisbezoek, waaronder persoonlijke spullen en medicijnen op naam van een derde, boden voldoende grondslag. De verklaringen van eiseres en haar zoon konden dit niet weerleggen.
Ten aanzien van de nieuwe aanvragen oordeelde de rechtbank dat verweerder deze te beperkt had getoetst door alleen artikel 4:6 Awb Pro toe te passen, terwijl volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep een onderscheid in drie periodes gemaakt moet worden. De beroepen tegen de afwijzing van deze aanvragen werden gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van de besluiten werden in stand gelaten omdat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierechten en proceskosten voor de beroepen die gegrond werden verklaard. De overige beroepen werden ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Singeling op 21 februari 2013.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand bevestigd, afwijzing nieuwe aanvragen vernietigd maar rechtsgevolgen in stand gelaten.