ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5826
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging testament wegens onvoldoende bewijs wilsonbekwaamheid erflater
De rechtbank Amsterdam behandelde twee aan elkaar gevoegde zaken waarin de eiseres, de halfzus van de overleden erflater, het testament wilde laten vernietigen. Zij stelde dat de erflater ten tijde van het opmaken van het testament niet compos mentis was vanwege een geestelijke stoornis en dat de geheimhoudingsplicht van de medische instelling doorbroken moest worden om dit te onderzoeken.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 3:34 BW Pro de bewijslast voor wilsonbekwaamheid bij de eiseres ligt. Ondanks dat de erflater een psychiatrische voorgeschiedenis had en medicatie gebruikte, was er onvoldoende zwaarwegend bewijs dat hij ten tijde van het testament zijn wil niet kon bepalen. De zorgindicatie uit 2008, na het testament, wees op lichte zorgbehoefte en niet op wilsonbekwaamheid.
Ook het beroep op artikel 4:59 lid 2 BW Pro, dat stelt dat een instelling geen voordeel mag trekken uit een testament van een bewoner, werd verworpen omdat de erflater ten tijde van het testament niet in de instelling verbleef. De rechtbank oordeelde dat de geheimhoudingsplicht niet doorbroken kon worden en wees de vorderingen af. De eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot vernietiging van het testament af wegens onvoldoende bewijs van wilsonbekwaamheid.