ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ5828
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging testament wegens onvoldoende bewijs wilsonbekwaamheid erflater
De rechtbank Amsterdam behandelde twee gevoegde civiele zaken waarin eiseres, de halfzus van de overleden erflater, vorderde het testament van de erflater te vernietigen. Zij stelde dat de erflater ten tijde van het opmaken van het testament niet compos mentis was vanwege een geestelijke stoornis, en dat de geheimhoudingsplicht van de medische hulpverleners doorbroken moest worden om dit te kunnen onderzoeken.
De rechtbank overwoog dat de bewijslast voor wilsonbekwaamheid bij eiseres lag en dat de medisch hulpverleners een geheimhoudingsplicht hebben die niet zonder zwaarwegende omstandigheden doorbroken kan worden. Ondanks de psychiatrische voorgeschiedenis van de erflater en zijn zorgindicatie, was niet aangetoond dat hij ten tijde van het testament zijn wil niet kon bepalen. De omstandigheden en verklaringen waren onvoldoende specifiek en relevant voor die periode.
Daarnaast werd betoogd dat de verzorgingsinstelling geen voordeel mocht trekken uit het testament, maar de rechtbank oordeelde dat de erflater ten tijde van het testament niet in de instelling verbleef in de zin van de wet. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot vernietiging van het testament af wegens onvoldoende bewijs van wilsonbekwaamheid.