ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6322
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning wegens onvoldoende motivering en strijd met bodemverontreinigingsregels
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost van Amsterdam om een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van een tuinhuis en wijzigingen aan de gevel van een perceel. Eisers betoogden onder meer dat de aanvraag onvolledig was omdat een corridor niet was meegenomen, dat het bouwplan niet voldeed aan het bestemmingsplan en het Bouwbesluit, en dat de beoordeling door de welstandscommissie onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat de corridor vergunningvrij kon worden gerealiseerd en dat de aanvraag daarom niet onvolledig was. Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder niet had gemotiveerd waarom de oppervlakte van de serre niet werd meegeteld bij het maximale bebouwingspercentage, wat onvoldoende was. Ook was het onjuist dat de welstandscommissie positief had geadviseerd over het tuinhuis, omdat dit niet was beoordeeld.
Voorts handelde verweerder in strijd met artikel 6.2c van de Wabo door de vergunning in werking te laten treden zonder de beoordeling van een bodemonderzoeksrapport af te wachten, terwijl er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestond. Dit leidde tot schending van het motiveringsbeginsel. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten en griffierechten aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.