ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6858
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering en onrechtmatigheid pinpastransacties door dochter ten laste van moeder
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de door de dochter met de bankpassen van haar moeder verrichte pinopnames rechtmatig waren en ten behoeve van de moeder zijn gedaan. De moeder, vertegenwoordigd door haar bewindvoerder, stelde dat de opgenomen bedragen niet voor haar bestemd waren en vorderde terugbetaling.
De rechtbank nam als uitgangspunt dat de dochter in 2009 en 2010 aanzienlijke bedragen had opgenomen met de pinpassen die op naam van de moeder stonden. De dochter voerde aan dat zij het contante geld aan de moeder gaf en daarnaast uitgaf voor haar kosten, maar kon dit niet met concrete details onderbouwen. De frequentie en omvang van de opnames, ook in combinatie met pinopnames door de moeder zelf, wekten grote twijfel over de juistheid van deze verklaring.
De rechtbank concludeerde dat de dochter onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gelden ten behoeve van de moeder waren aangewend. Daarom werd de dochter veroordeeld tot betaling van €101.300, vermeerderd met wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De dochter wordt veroordeeld tot betaling van €101.300 plus wettelijke rente en proceskosten wegens onrechtmatige pinpasopnames.